Verslaving aan benzodiazepinen

De benzodiazepinen (BDZ), ook wel kortweg benzo's genoemd, zijn een een groep van medicijnen die onder andere worden toegepast bij angst, pijn en slapeloosheid als gevolg van lichamelijke en/of psychische aandoeningen .Alle benzodiazepinen zijn verslavend als ze regelmatig en langdurig worden gebruikt. Daarna neemt bovendien de effectiviteit van het medicijn af. Door verlengingen van het voorschrift sluipt het continue gebruik er als het ware in, en ontstaat een verborgen verslaving die soms wel tientallen jaren kan duren. Iemand die voortdurend kalmeringsmiddelen gebruikt, krijgt last van allerlei psychologische en sociale problemen. Een bekend gevolg is dat iemand zich heel vlak gaat voelen: nooit meer echt verdrietig, maar ook nooit meer echt blij. Ontremming en geheugenproblemen komen ook vaak voor. Daarnaast is van de gebruikers tweederde vrouw en meer dan de helft ouder dan 65 jaar. Voor deze groep is een langdurige verslaving aan benzodiazepinen nóg gevaarlijker. Omdat benzodiazepinen ook kunnen leiden tot evenwichtsproblemen, neemt het risico op een valpartij enorm toe: benzodiazepinen zijn nadrukkelijk géén antidepressiva. Benzodiazepinen worden dus vaak onnodig en veel te lang gebruikt. Bovendien zijn de gevolgen daarvan bijzonder ernstig. Toch is gewoon stoppen voor veel gebruikers heel erg moeilijk. Net als bij het afkicken van drugs treden er ontwenningsverschijnselen op. In veel gevallen leidt stoppen tot angst- of paniekaanvallen of slapeloosheid. Precies die symptomen waartegen de benzodiazepinen in eerste instantie werden geslikt, keren dus in alle hevigheid of zelfs heviger terug. Zelf bij geleidelijk stoppen krijgt een derde van de langdurige gebruikers hier last van. Hoewel zeldzaam, is er soms ook sprake van een langdurig ontwenningssyndroom, die vaak gepaard gaat met spierspasmes. Bij langdurig gebruik is het raadzaam het gebruik onder professionele begeleiding af te bouwen. Men kan hiervoor te rade gaan bij de huisarts die ervaring heeft op dit gebied. Samen met de gebruiker wordt er een afbouwschema opgesteld. Het tempo waarin dat gebeurt verschilt per individu en viindt plaats volgens een gezamenlijk opgesteld schema of op geleide van symptomen. Vaak is het zo dat de laatste stap het moeilijkst is om te zetten